Overslaan en naar de inhoud gaan

Energielabelverplichting voor monumenten

Tijdens het webinar hierover op 5 maart stond de vraag centraal wat de nieuwe energielabelplicht betekent voor monumenteigenaren en voor professionals in de erfgoedsector.

Frank Buchner (RCE) en Jaap Lageman (moderator)

Frank Buchner (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, programma Erfgoed en Duurzaamheid) ging in op de achtergrond van het beleid, de praktische gevolgen van de nieuwe regels en de vraag hoe energielabels zich verhouden tot het verduurzamen van monumenten met behoud van cultuurhistorische waarden.

Het webinar begon met een schets van de context waarbinnen de energielabelplicht voor monumenten tot stand komt. In het Klimaatakkoord is de gebouwde omgeving een belangrijk onderdeel van de nationale klimaatopgave. Ook de erfgoedsector heeft zich hieraan verbonden.

Hoewel monumenten al duurzaam zijn door hun lange levensduur en hergebruik van bestaande gebouwen, hebben veel historische gebouwen een relatief hoog energieverbruik. Daarom heeft de erfgoedsector de Routekaart Verduurzaming Monumenten opgesteld met als doelen 40% CO₂‑reductie in 2030 en 60% CO₂‑reductie in 2040. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed ondersteunt deze opgave via het programma Erfgoed en Duurzaamheid.

 

Erfgoed en de gebouwde omgeving

In Nederland bestaat ongeveer 2% van het gebouwenbestand uit beschermde monumenten en circa 18% uit historische gebouwen. Hoewel dit aandeel relatief klein is, blijft verduurzaming belangrijk. De klimaatdoelen worden alleen gehaald als alle sectoren bijdragen. Daarnaast helpt energiebesparing eigenaren om energiekosten te verlagen en monumenten beter te onderhouden.

 

Energielabelplicht voor monumenten

Tot nu toe waren monumenten uitgezonderd van de energielabelplicht. Door de herziening van de Europese Energy Performance of Buildings Directive (EPBD) verandert dit. Vanaf 29 mei 2026 moeten monumenten bij verkoop of verhuur een energielabel hebben.

De verplichting geldt voor rijksmonumenten, provinciale monumenten en gemeentelijke monumenten. Monumenten hoeven niet automatisch een label te laten opstellen; alleen bij verkoop of verhuur. Onder andere religieuze gebouwen met een religieuze functie blijven uitgezonderd.

De achtergrond: klimaatdoelen en de erfgoedsector

paris 2015

De energielabelplicht betekent niet dat monumenten een bepaald label moeten behalen. Ook een laag label, zoals G, is toegestaan. Het label geeft vooral inzicht in de energieprestatie van een gebouw.

In de toekomst kan er richting 2050 wel normering komen via zogenoemde Zero Emission Building‑niveaus. Daarbij wordt rekening gehouden met wat realistisch en verantwoord is bij monumenten.

 

Uniforme berekeningsmethode 

Energielabels hebben drie belangrijke functies: het monitoren van klimaatdoelen, het informeren van kopers en huurders en het stimuleren van verduurzaming. Door een uniforme berekeningsmethode worden gebouwen onderling vergelijkbaar.

De energieprestatie wordt berekend volgens de methodiek NTA 8800. Hierbij wordt gekeken naar gebouwkenmerken zoals isolatie, glas, installaties en oppervlakte. Het label geeft daarom een theoretisch energiegebruik weer. Het werkelijke energieverbruik kan in de praktijk afwijken door gedrag van bewoners, temperatuurinstellingen en het gebruik van ruimtes.

Geen normering voor monumenten (voorlopig)

labelplicht voor monumenten

Beperkingen van standaardadviezen bij monumenten

Bij een energielabel horen standaardadviezen om het energiegebruik te verbeteren. Deze adviezen zijn vaak niet geschikt voor monumenten. Bijvoorbeeld adviezen voor zeer dikke isolatiepakketten of HR+++ glas kunnen strijdig zijn met monumentale waarden of technisch niet uitvoerbaar zijn. Daarom wordt geadviseerd om bij monumenten altijd maatwerkadvies te laten opstellen.

 

Het belang van maatwerkadvies

Een EP‑maatwerkadvies biedt meer mogelijkheden om rekening te houden met de specifieke situatie van een monument. Daarbij kan worden gekeken naar aanwezige isolatie, gebruik van ruimtes en realistische verduurzamingsmaatregelen. Het maatwerkadvies helpt eigenaren om verstandige keuzes te maken, terwijl het formele energielabel het officiële document blijft bij verkoop of verhuur.

Een belangrijk inzicht uit het webinar is dat de eerste centimeters isolatie de grootste energiewinst opleveren. Extra isolatie daarna levert steeds minder extra besparing op. Dit betekent dat ook relatief kleine maatregelen bij monumenten al een groot effect kunnen hebben.

 

Integratie met monumentenzorg

Binnen de monumentensector bestaat het DUMO‑advies (duurzaam monumentenonderzoek). De sector werkt eraan om dit type advies beter te verbinden met energielabel‑ en maatwerkadviezen, zodat verduurzaming en monumentenzorg beter op elkaar aansluiten.

Verduurzaming van monumenten: eerste stappen maken verschil

dakisolatie

Hulpmiddelen voor verduurzaming

In de erfgoedsector zijn de nodige hulpmiddelen voorhanden om verduurzamingsmaatregelen zorgvuldig en monumentvriendelijk uit te voeren: het afwegingskader verduurzaming monumenten, het detailboek De Warme Jas, de kennisbank duurzaam erfgoed en uitvoeringsrichtlijnen van Stichting ERM. 

 

Conclusie van het webinar

De invoering van energielabels voor monumenten zorgt vooral voor meer inzicht in de energieprestatie van historische gebouwen. Voorlopig fungeert het label vooral als informatie‑instrument. Verduurzaming van monumenten vraagt om maatwerk en een zorgvuldige balans tussen energiebesparing en behoud van cultuurhistorische waarden.